Welke weg voorwaarts voor Palestijnse bevrijding? Joseph Daher bespreekt regionaal en multipolair imperialisme, de grenzen van het Iraanse verzet en de internationale weg naar Palestijnse bevrijding.

Het staakt-het-vuren tussen Hamas en Israël, dat meer dan een jaar lang een genocidale oorlog heeft gevoerd tegen Palestijnen in Gaza, stelt ons voor strategische vragen voor de Palestijnse bevrijdingsstrijd en degenen die daarmee solidair zijn. Tot nu toe was de dominante strategie het cultiveren van een alliantie met de zogenaamde ‘As van Verzet’ van Iran ter ondersteuning van militaire aanvallen op Israël, maar dat netwerk heeft verwoestende tegenslagen te verduren gehad van de gecombineerde macht van Israël en de VS.

Israël’s herhaalde moorden op Iraanse leiders en rechtstreekse aanvallen op Iran zelf hebben de zwakheden en uitdagingen blootgelegd waarmee Iran in de regio wordt geconfronteerd. De brute oorlog van Tel Aviv tegen Libanon heeft Hezbollah, de parel in de kroon van de Iraanse As, aanzienlijk beschadigd en het Libanese volk collectief gestraft, in het bijzonder de basis van Hezbollah in de sjiitische bevolking van het land. De val van de andere nauwe regionale bondgenoot van Iran, Bashar al-Assad, heeft de As verder ondermijnd. Alleen de Houthi’s in Jemen hebben de aanval relatief ongeschonden overleefd.

Natuurlijk heeft Israël zijn belangrijkste doelen in Gaza, het vernietigen van Hamas en het etnisch zuiveren van de bevolking, niet bereikt en is het wereldwijd in diskrediet gebracht en gedelegitimeerd als een genocidale, koloniale, apartheidsstaat. Desondanks heeft de strategie van militair verzet tegen Israël, gebaseerd op steun van de As, zijn beperkingen, zo niet zijn onvermogen om bevrijding te winnen, laten zien. Dus, wat hebben we geleerd over de As? Wat is haar toekomst? Wat vinden de massa’s in de regio van de As? Wat is het alternatief voor de militaire strategie tegen Israël? Hoe moet internationaal links zich positioneren in die strategische debatten?

Oorsprong en ontwikkeling van de zogenaamde ‘As van Verzet’ van Iran

In de jaren 2000 breidde het Iraanse regime zijn invloed in het Midden-Oosten uit, voornamelijk via de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC). Het maakte gebruik van de nederlaag die de VS en zijn bondgenoten leden in hun zogenaamde Oorlog tegen Terreur in het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Het streven van George Bush naar regionale regimeverandering werd geblokkeerd door het verzet tegen de Amerikaanse bezetting van Irak en Afghanistan. Iran sloot bondgenootschappen met de verschillende sjiitische islamitische fundamentalistische partijen en milities in Irak en hun vertegenwoordigers in de staatsinstellingen en werd zo de invloedrijkste regionale macht in het land.

Iran heeft ook zijn invloed in Libanon vergroot, vooral door zijn alliantie met Hezbollah, dat aan populariteit heeft gewonnen na zijn verzet tegen de oorlog van Israël tegen Libanon in 2006. Sinds het midden van de jaren tachtig heeft Teheran Hezbollah gesteund met geld en wapens. In de jaren 2010 versterkte het Iraanse regime ook zijn betrekkingen met andere organisaties in de regio, met name de Houthi-beweging in Jemen, vooral na de oorlog van Saoedi-Arabië tegen het land in 2015. Sindsdien heeft Iran de Houthi’s militair gesteund. Daarnaast heeft Teheran een nauwe alliantie gesloten met Hamas in de bezette Palestijnse gebieden.

Het regionale bondgenootschap van Iran bereikte eind 2010 zijn hoogtepunt toen Hezbollah het politieke toneel in Libanon domineerde, de Iraakse milities hun macht lieten gelden, de Iraanse strijdkrachten in combinatie met die van Hezbollah de contrarevolutie van Assad in Syrië steunden en de Houthi’s een wapenstilstand met Saoedi-Arabië sloten. De IRGC is het belangrijkste middel geweest om de As te consolideren. Het is tot op zekere hoogte een staat binnen de staat in Iran, met een combinatie van militaire macht, politieke invloed en controle over een belangrijke sector van de nationale economie. Ze heeft gewapende interventies uitgevoerd in Irak, Syrië en Libanon.

Streven naar regionale macht, niet naar bevrijding

Iran probeert een regionale machtsverdeling te bereiken met Israël en de VS en streeft zijn eigen militaire en economische doelen na in de regio. Het regime beschouwt elke bedreiging van zijn invloed in Irak, Libanon, Jemen en de Gazastrook, of die nu van onderop komt door het volk of door Israël, andere regionale machten en de VS, als een bedreiging van zijn eigen belangen. Haar beleid wordt volledig gedreven door haar staats- en kapitalistische belangen, niet door een of ander bevrijdingsproject.

Dat verklaart waarom Iran en zijn bondgenoten in de As zich niet alleen verzetten tegen andere tegenstrevende mogendheden, maar ook tegen de volksstrijd voor democratie en gelijkheid. Het Iraanse regime ontzegt zijn arbeiders basisrechten om zich te organiseren, collectief te onderhandelen en te staken. Het onderdrukt protesten en arresteert en zet dissidenten gevangen van wie er tienduizenden als politieke gevangenen wegkwijnen in de gevangenissen van het land. Het regime legt nationale onderdrukking op aan Koerden en aan mensen in Sistan en Baluchistan, wat herhaaldelijk verzet uitlokt, voor het laatst in 2019. Het onderwerpt ook vrouwen aan systematische onderdrukking en creëert omstandigheden die zo ondraaglijk zijn dat ze in 2022 de massabeweging ‘Vrouw, Leven, Vrijheid‘ in gang zetten.

Teheran verzet zich ook tegen volksprotesten tegen haar bondgenoten in de As. Het veroordeelde massaprotesten in Libanon en Irak in 2019 en beweerde dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten erachter zaten om ‘onveiligheid en onrust’ te verspreiden. In Syrië leverde Iran zijn troepen, strijders uit Afghanistan en Pakistan en Hezbollah’s militanten als grondtroepen, terwijl Rusland zijn luchtmacht mobiliseerde om Assad’s brute contrarevolutie tegen de democratische opstand in 2011 te steunen.

Irans bondgenoten in de As hebben ook volksbewegingen de kop ingedrukt. In Libanon heeft Hezbollah, ondanks hun meningsverschillen, samengewerkt met de rest van de heersende partijen in het land om zich te verzetten tegen sociale bewegingen die hun sektarische, neoliberale orde uitdaagden. Ze verenigden zich bijvoorbeeld tegen de Libanese Intifada van oktober 2019. De leider van Hezbollah, Hassan Nasrallah, beweerde dat de opstand werd gefinancierd door buitenlandse mogendheden en stuurde partijleden om demonstranten aan te vallen.

In Irak hebben milities en met Iran geallieerde partijen, zoals de Volks Mobilisatie Eenheden, de volksstrijd onderdrukt. Ze lanceerden een gewelddadige moord- en onderdrukkingscampagne tegen burgerbetogers, organisatoren en journalisten, waarbij honderden doden en duizenden gewonden vielen. Zowel Hezbollah als de Iraakse milities rechtvaardigden hun onderdrukking van de protesten in 2019 door te beweren dat het de handlangers waren van buitenlandse mogendheden. In werkelijkheid waren dat de uitingen van gekrenkte mensen die vochten voor legitieme eisen om hun land te hervormen, niet het uitvoeren van een of andere verborgen agenda van een andere staat. Daarom hieven activisten slogans aan als ‘Noch Saoedi-Arabië, noch Iran’ en ‘Noch de VS, noch Iran.’

In feite is Iran geen principiële of consequente tegenstander van het Amerikaanse imperialisme. Iran werkte bijvoorbeeld samen met het Amerikaanse imperialisme bij de invasies en bezettingen van Afghanistan en Irak. Iran is ook geen betrouwbare bondgenoot van de Palestijnse bevrijding. Toen Hamas bijvoorbeeld weigerde het regime van Assad en zijn brute optreden tegen de Syrische opstand in 2011 te steunen, zette Iran zijn financiële steun aan de Palestijnse beweging stop.

Dat veranderde nadat Ismael Haniya in 2017 Khaled Meshaal verving als leider van Hamas, waardoor de banden tussen de Palestijnse beweging, Hezbollah en Iran weer nauwer werden. Maar de schisma’s tussen Iran en de Palestijnen blijven bestaan, vooral over de kwestie Syrië. Grote delen van de Palestijnen in bezette gebieden en elders vierden de val van Irans bondgenoot Assad, die alom werd gezien als een moorddadige tiran en vijand van de Palestijnen en hun zaak.

Bovendien is de alliantie van Hamas met Iran bekritiseerd door delen van de Palestijnen in Gaza, zelfs door degenen die dicht bij de basis van Hamas staan. Zo heeft een groep Palestijnen in december 2020 in Gaza Stad een billboard neergehaald met een reusachtig portret van wijlen generaal Qassem Soleimani, die het bevel voerde over de Iraanse al-Quds-eenheid, slechts enkele dagen voor de eerste verjaardag van zijn dood. De luchtaanval van Washington die in 2020 Soleimani doodde in Bagdad werd veroordeeld door Hamas en Haniyeh reisde zelfs naar Teheran om zijn begrafenis bij te wonen.

Die groepen Palestijnen veroordeelden Soleimani als een misdadiger. Verschillende andere borden en spandoeken met het portret van Soleimani werden ook vernield. In één video noemde iemand de Iraanse leider een ‘moordenaar van Syriërs en Irakezen‘.

Dit alles toont aan dat Iran en zijn bondgenoten een contrarevolutionaire rol hebben gespeeld in verschillende landen in de regio, door zich te verzetten tegen volksprotesten voor democratie, sociale rechtvaardigheid en gelijkheid. Ze waren nooit een As van Verzet, maar een alliantie die zich inzette voor het zelfbehoud van hun leden en de bevestiging van regionale macht.

‘De as van terughoudendheid’

Die realiteit werd bevestigd door de reactie van Iran op de aanval van Hamas op 7 oktober en de genocidale oorlog van Israël in Gaza. Hoewel het Iraanse regime zijn steun aan Hamas en de Palestijnen bevestigde, probeerde het consequent een algehele oorlog met Israël en de VS te vermijden uit bezorgdheid over zijn machtsoverleving. Daarom reageerde Iran terughoudend op de herhaalde aanvallen van Israël op Iraanse en Hezbollah-doelen in Syrië en de moorden op hoge Iraanse functionarissen, ook in Iran zelf.

Aanvankelijk probeerde Teheran druk uit te oefenen op de Verenigde Staten door pro-Iraanse milities in Irak en Syrië opdracht te geven om Amerikaanse bases in Syrië, Irak en in mindere mate Jordanië aan te vallen. Na de Amerikaanse luchtaanvallen in februari 2024 beperkte Iran die aanvallen echter tot een minimum. Alleen de Houthi’s in Jemen bleven commerciële schepen in de Rode Zee aanvallen en enkele raketten tegen Israël afvuren.

Iran voerde voor het eerst sinds de oprichting van de Islamitische Republiek Iran in 1979 rechtstreeks militaire operaties uit tegen Israël, maar altijd op een berekende manier om een algemene confrontatie te vermijden. Elke uitwisseling tussen de twee machten bewijst dat. In april 2024 lanceerde Iran ‘Operatie Ware Belofte’ als reactie op de raketaanval van Israël op de Iraanse ambassade in Damascus op 1 april, waarbij zestien mensen omkwamen, waaronder zeven leden van de IRGC en de commandant van de al-Quds-eenheid in de Levant, Mohammad Reza Zahedi.

Voordat Iran terugsloeg, waarschuwde het zijn bondgenoten en buren 72 uur van tevoren, zodat ze de tijd hadden om hun luchtruim te beschermen. Gezien die waarschuwing hielpen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten de aanval te neutraliseren door informatie te delen met Israël en de VS. De regeringen van Saoedi-Arabië en Irak stonden ook toe dat tankvliegtuigen van de Amerikaanse luchtmacht in hun luchtruim bleven om Amerikaanse en geallieerde patrouilles tijdens de operatie te ondersteunen.

Pas na dit alles lanceerde Iran driehonderd drones en raketten op Israël, maar die aanval was grotendeels symbolisch en berekend om geen echte schade te veroorzaken. De drones hadden uren nodig om hun bestemming te bereiken en werden gemakkelijk geïdentificeerd en neergeschoten. Het is belangrijk dat Iran zijn bondgenoten zoals Hezbollah niet opriep om mee te doen met de aanval. Na de operatie verklaarde de Iraanse Hoge Nationale Veiligheidsraad dat er geen verdere militaire actie was gepland en dat het de ‘zaak gesloten’ achtte.

Met andere woorden, Iran voerde de aanval vooral uit om zijn gezicht te redden en Israël af te schrikken om door te gaan met de aanval op het Iraanse consulaat in Damascus. Daarmee maakte het Iraanse regime duidelijk dat het een regionale oorlog met Israël en vooral een directe confrontatie met de VS wilde vermijden. Iran handelde vooral om zichzelf en zijn netwerk van bondgenoten in de regio te beschermen.

Teheran lanceerde vervolgens een tweede aanval van bijna 200 raketten op Israël op 1 oktober om de moorden op Hassan Nasrallah in Libanon en Hamasleider Ismail Haniyeh in Teheran te ‘wreken‘. Hoewel dat zeker een escalatie was van de kant van Iran, was het volledig opgezet om te voorkomen dat het zijn geloofwaardigheid zou verliezen bij zijn bondgenoten en Libanese medestander Hezbollah. Maar nogmaals: de aanval was beperkt en zo uitgevoerd dat de confrontatie met Israël en de VS minimaal zou zijn.

Het was zo weinig overtuigend als afschrikmiddel dat Israël op 26 oktober nog drie aanvalsgolven lanceerde tegen Irans luchtverdedigingssystemen, rond energiesites en raketproductiefaciliteiten. Tel Aviv had ook Iraanse nucleaire- en oliesites willen bombarderen, maar werd tegengehouden door de VS. Verschillende Arabische landen, waarmee Israël directe of indirecte betrekkingen onderhoudt, weigerden ook om Israëlische bommenwerpers en raketten over hun grondgebied te laten vliegen. Desalniettemin onthulden de aanvallen de kwetsbaarheid van Iran.

De regionale bondgenoten werden op dezelfde manier blootgesteld, zowel in hun zwakte als in hun terughoudendheid als reactie op de genocidale oorlog van Israël. Hoewel Hezbollah aanvallen uitvoerde op het noorden van Israël, waren die opnieuw beperkt en grotendeels symbolisch. En Israël noemde het bluf. Het antwoordde met een brute terroristische staatsaanval door het laten ontploffen van piepers die door Hezbollah-kaders werden gedragen, waarbij onnoemelijk veel burgers omkwamen. Het lanceerde ook een brute oorlog in Zuid-Libanon, waarbij Hezbollah als militaire macht werd gedecimeerd en haar aanhangers onder de sjiitische bevolking collectief werden gestraft. Als gevolg daarvan is Hezbollah aanzienlijk verzwakt.

Bovendien verloor Iran zijn andere belangrijke bondgenoot, het regime van Assad in Syrië, toen troepen zijn regime bijna zonder slag of stoot omver wierpen. Assad was nooit een bondgenoot van de Palestijnse bevrijdingsstrijd. Zijn regime had de vrede aan de grenzen met Israël bewaard en in zijn contrarevolutionaire oorlog in Syrië viel hij Palestijnen aan in het vluchtelingenkamp Yarmouk en elders. Daarom vierden grote delen van de Palestijnen de val van het Syrische regime.

Met de val van Assad verloor Iran echter zijn Syrische basis voor logistieke coördinatie, wapenproductie en wapentransporten door de hele regio, vooral naar Hezbollah. Dit alles heeft Teheran aanzienlijk verzwakt, zowel intern als regionaal. Daarom heeft Iran er belang bij om Syrië na de val van het regime te destabiliseren door sektarische spanningen aan te wakkeren via zijn resterende netwerken in het land. Het wil geen stabiel Syrië, vooral niet een Syrië waarmee zijn regionale rivalen een alliantie kunnen sluiten.

De enige Iraanse bondgenoot die relatief intact is gebleven, zijn de Houthi’s in Jemen. Vóór het staakt-het-vuren bombardeerde Israël herhaaldelijk de Houthi-strijdkrachten in een poging de Houthi’s en de Iraanse As te verzwakken. In december 2024 intensiveerde Tel Aviv zijn aanvalscampagne op havens in Hodeida, al-Salif en Ras Isa die door de Houthi’s worden gecontroleerd, om hun economische basis te ondermijnen, die afkomstig is van havenbelastingen, douanerechten en olietransporten, hun militaire capaciteiten te verminderen en Iraanse wapentransporten te blokkeren.

Israël wilde ook de aanvallen van de Houthi’s op koopvaardijschepen ter ondersteuning van Hamas en de Palestijnen onderbreken. Die hadden de scheepvaart verstoord in de Bab el-Mandeb doorgang tussen de Rode Zee en de Golf van Aden, een doorgang waar tot 15 procent van de wereldwijde maritieme handel doorheen gaat.

Als direct gevolg hiervan verloor Egypte aanzienlijke inkomsten toen de internationale scheepvaart werd omgeleid van het Suezkanaal naar andere routes. Ook de zuidelijke haven van Israël, Eilat, werd lamgelegd. Als reactie op die bedreiging voor het wereldwijde kapitalisme lanceerden de VS, Groot-Brittannië en Israël raketaanvallen en bombardementen op Houthi-doelen.

Iran beloofde vergeldingsmaatregelen tegen Israël, maar deed uiteindelijk weinig, omdat het opnieuw een directe oorlog met Israël en de VS wilde vermijden. Dit alles toont aan dat het belangrijkste geopolitieke doel van Iran niet is om de Palestijnen te bevrijden, maar om ze te gebruiken als pressiemiddel, vooral in de betrekkingen met de Verenigde Staten.

Op dezelfde manier heeft de passiviteit van Iran in reactie op de oorlog van Israël tegen Libanon en de moord op de belangrijkste politieke en militaire leiders van Hezbollah verder aangetoond dat de eerste prioriteit het beschermen van de eigen geopolitieke belangen en het voortbestaan van het regime is. Dat omvat ook het bereiken van een modus vivendi met de VS zelf. Het belangrijkste doel van president Massoud Pezeshkian en Opperste Leider Ali Khamenei is om een of andere deal te sluiten met Washington, de verlammende sancties op de Iraanse economie op te heffen en de betrekkingen met de Verenigde Staten te normaliseren.

Iran, Rusland en het streven naar multipolariteit

Tegelijkertijd heeft de verzwakte positie van Iran het land dieper in de armen van Rusland gedreven in een poging zijn regime te beschermen. Onlangs heeft Iran een 20-jarige ‘Alomvattende Strategische Partnerschapsovereenkomst’ met Moskou gesloten waarin samenwerking wordt beloofd op het gebied van handel, militaire projecten, wetenschap, onderwijs, cultuur en nog veel meer. De overeenkomst bevat een clausule waarin wordt beloofd dat geen van beide landen zal toestaan dat zijn grondgebied wordt gebruikt voor acties die de veiligheid van het andere land in gevaar brengen, noch hulp zal bieden aan een partij die een van beide landen aanvalt.

De overeenkomst omvat samenwerking tegen Oekraïne, pogingen om Westerse sancties te omzeilen en samenwerking aan de Noord-Zuid Transportroute, een initiatief van Moskou om de handel tussen Rusland en Azië te vergemakkelijken. Zelfs vóór die overeenkomst verkocht Iran al drones aan Rusland om Oekraïne aan te vallen, terwijl Rusland Iran geavanceerde SU-35 gevechtsvliegtuigen verkocht.

De val van Assad en de terugkeer van Trump als president van de VS hebben de afronding van de partnerschapsovereenkomst zeker versneld. Maar het was vooral het gevolg van de toenemende uitdagingen waarmee beide landen de afgelopen jaren werden geconfronteerd. Zoals opgemerkt heeft Teheran een enorme tegenslag geleden in het Midden-Oosten, terwijl het onvermogen van Moskou om een regelrechte overwinning te behalen in zijn imperialistische oorlog tegen Oekraïne zijn geopolitieke status heeft ondermijnd. En beide staten lijden onder de gevolgen van ongekende westerse sancties.

Elk land is wanhopig op zoek naar een uitweg uit zijn benarde situatie. Hun overeenkomst maakt deel uit van die inspanning. Het belooft ‘bij te dragen aan een objectief proces om een nieuwe rechtvaardige en duurzame multipolaire wereldorde vorm te geven’. Die taal van ‘multipolariteit’ is een hoeksteen van de Russische, Chinese en Iraanse geopolitieke strategie. Het wordt gebruikt om hun eigen kapitalistische economie, imperialistisch of sub-imperialistisch beleid en reactionaire sociale programma’s te rechtvaardigen.

In werkelijkheid is de opkomst van meer grote en regionale machten en een multipolaire wereld van kapitalistische staten geen alternatief voor unipolariteit, maar een nieuwe en eerlijk gezegd gevaarlijkere fase van het wereldwijde imperialisme. De ongeëvenaarde heerschappij van Washington was afschuwelijk, maar het groeiende interimperiale conflict tussen de VS, China, Rusland en regionale machten zoals Iran brengt het risico van een wereldoorlog met zich mee. Vergeet niet dat de laatste multipolaire wereldorde de Eerste en Tweede Wereldoorlog deed ontploffen toen rivaliserende imperialistische staten streden om de hegemonie over het wereldwijde kapitalisme.

Bovendien bieden grootmachten als China en Rusland, die voorstander zijn van multipolariteit, geen alternatief voor het Zuiden, noch voor de arbeidersklasse en onderdrukte mensen over de hele wereld. Het zijn kapitalistische staten waarvan het economisch beleid oude patronen van onderontwikkeling versterkt; ze deïndustrialiseren ontwikkelingslanden, zetten ze gevangen in de winning en export van grondstoffen naar China en consumeren vervolgens geïmporteerde eindproducten die voornamelijk uit China komen. Terwijl de heersende klassen van die ontwikkelingslanden van die regeling profiteren, lijden de arbeidersklasse en de onderdrukten onder werkloosheid, precariteit en milieuverwoesting.

Meer in het algemeen dagen China, Rusland en de rest van de zogenaamde BRICS-alliantie (Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika en andere) de hegemonie van het Noorden over instellingen als het IMF en de Wereldbank en hun neoliberale kader op geen enkele manier uit. In feite zijn de BRICS-staten juist op zoek naar wat zij zien als hun rechtmatige plaats aan de kapitalistische wereldtafel.

De uitbreiding van de BRICS bewijst dat het geen alternatief is. In januari 2024 zijn Argentinië, Egypte, Ethiopië, Iran, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten uitgenodigd als nieuwe leden. Niemand die bij zijn volle verstand is kan bijvoorbeeld beweren dat de Argentijnse staat, geregeerd door de gestoorde aanhanger van Ayn Rand en Donald Trump, Javier Milei, een oplossing biedt voor het Zuiden, zijn arbeiders en onderdrukten. In werkelijkheid dagen de BRICS-staten het wereldwijde kapitalistische systeem niet uit, maar strijden ze voor hun deel van de taart binnen dat systeem.

Daarom is het een rampzalige vergissing voor elk deel van links om zich aan de kant te scharen van het ene kamp van imperialistische en kapitalistische staten tegen het andere. Dat is niet bevorderlijk voor het anti-imperialisme, laat staan voor de strijd van arbeiders en onderdrukten in welke staat dan ook. Onze politieke oriëntatie moet niet worden geleid door een nulsom-keuze tussen unipolariteit versus multipolariteit. In elke situatie moeten we de kant kiezen van de uitgebuitenen en onderdrukten en hun bevrijdingsstrijd, niet die van hun uitbuiters en onderdrukkers.

Degenen ter linkerzijde die de roep van Rusland, China en Iran om een multipolaire orde nabootsen, scharen zich achter de kapitalistische staten, hun heersende klassen en autoritaire regimes en verraden hun solidariteit met de strijd van de volksklasse daarbinnen. De kant van die strijd kiezen betekent niet en zou niet moeten betekenen dat we het Amerikaanse imperialisme en zijn bondgenoten steunen. Onze solidariteit moet niet uitgaan naar één van beide kampen van kapitalistische staten, maar naar arbeiders en onderdrukten. Natuurlijk zal elk kamp van staten proberen om die strijd in hun voordeel om te buigen. Maar dat gevaar mag geen alibi worden om solidariteit met legitieme emancipatiestrijd te onthouden.

Als internationalisme – het kenmerk van links zijn – nu iets betekent, dan betekent dat steun aan de volksklasse in alle landen als een absolute plicht, ongeacht tot welk kamp ze behoren. Zulke strijd is de enige manier om repressief en autoritair beleid uit te dagen en te vervangen. Dat geldt zowel in de VS als in China of welk ander land dan ook.

We moeten ons verzetten tegen de cynische laster van elk regime dat legitiem protest beschouwt als het resultaat van buitenlandse inmenging of een uitdaging voor hun soevereiniteit. Dat is de politiek van rechts nationalisme, niet van socialistisch internationalisme.

Tegen imperialisme en subimperialisme, voor emancipatie van onderop

Een dergelijke aanpak is essentieel, vooral met de herconfiguratie van de regionale macht in het Midden-Oosten en de terugkeer van Trump aan de macht in de VS. De VS, Israël en hun bondgenoten zijn nu aangemoedigd. De positie van Iran in toekomstige onderhandelingen met Trump is verzwakt en de Iraanse economie gaat verder achteruit onder sancties en de eigen kapitalistische crisis.

Geconfronteerd met die hachelijke situatie zal Teheran waarschijnlijk zijn regionale strategie heroverwegen. Het zou kunnen concluderen dat zijn beste optie kan zijn om kernwapens te verwerven om zijn afschrikkingscapaciteit te versterken en zijn positie in toekomstige onderhandelingen met de Verenigde Staten te verbeteren.

Links, vooral in de VS en Europa, moet zich verzetten tegen elke verdere oorlogszucht van Israël en de VS tegen Iran of een andere regionale macht. We moeten ons ook verzetten tegen hun economische oorlog tegen Iran door middel van sancties, die de arbeidersklasse van het land onevenredig hard treffen. Niemand ter linkerzijde zou de Amerikaanse staat en zijn westerse bondgenoten moeten steunen; zij blijven de grootste tegenstander van progressieve sociale verandering in de wereld.

We moeten echter niet vallen voor de politiek van ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’ en steun geven aan de belangrijkste imperiale rivaal van Washington, China, of minder grote vijanden zoals Rusland. Het zijn niet minder roofzuchtige en gierige imperialistische staten, zoals de staat van dienst van Beijing in Xinjiang en Hongkong aantoont, net als die van Moskou in Syrië en Oekraïne. Ook zou niemand ter linkerzijde het autoritaire, neoliberale en patriarchale Iraanse regime en zijn reactionaire en repressieve beleid tegen zijn eigen volk en dat in andere landen zoals Syrië moeten steunen.

De Islamitische Republiek Iran is een vijand van de arbeidersklasse in Iran en de regio en vecht niet voor de emancipatie van hun volk. Hetzelfde geldt voor Irans bondgenoten zoals Hezbollah in de regio, die allemaal een contrarevolutionaire rol hebben gespeeld in hun respectieve landen. En, zoals hun staat van dienst tijdens Israëls genocidale oorlog tegen Gaza bewijst, hebben noch Iran noch enige andere macht in de zogenaamde ‘As van Verzet’ zich echt verenigd om te vechten voor de bevrijding van Palestina. Met name Iran heeft de Palestijnse zaak alleen maar opportunistisch gebruikt als hefboom om zijn bredere doelen in de regio te bereiken.

In de huidige situatie is het waarschijnlijk dat het Amerikaanse imperialisme op korte termijn zal profiteren van de verzwakking van Iran en zijn regionale netwerk. Tegelijkertijd blijft de crisis van het kapitalisme in de regio onopgelost, blijft de ongelijkheid toenemen en daarmee ook de grieven onder arbeiders en onderdrukten. Dit alles zal explosieve strijd blijven opleveren, net als in het afgelopen anderhalve decennium. Dus, terwijl we ons verzetten tegen het Amerikaanse en andere imperialisme en regionale machten, moeten we solidair zijn met de volksstrijd die de democratische ruimte vergroot voor de volksklasse om zichzelf te organiseren en een tegenmacht te vormen tegen hun eigen heersende klassen en hun imperiale sponsors.

Welke weg voorwaarts voor Palestijnse bevrijding?

Alleen een dergelijke strategie maakt kans om de bestaande orde in de regio op een progressieve en democratische manier te veranderen. Het is ook de hoeksteen van een alternatieve strategie voor Palestijnse bevrijding voor de mislukte strategie van afhankelijkheid van de As van Iran.

Zoals het afgelopen jaar is gebleken, is Israël niet alleen afhankelijk van de VS, zijn imperiale sponsor, om zijn koloniale heerschappij te verdedigen, maar ook van alle omliggende staten. Die hebben allemaal hun betrekkingen met Israël genormaliseerd, de facto overeenkomsten van wederzijdse erkenning gesloten, of op zijn best egoïstische, inconsistente en onbetrouwbare oppositie geboden.

Bovendien zijn de rivalen van Washington, China en Rusland, onbetrouwbaar gebleken. Ze investeren in Israël, leveren alleen symbolische kritiek en stemmen in met de door het Amerikaanse imperialisme voorgestelde maar nooit uitgevoerde tweestatenoplossing, een nepoplossing die, als ze ooit zou worden uitgevoerd, in het beste geval de Israëlische verovering en apartheid zou bekrachtigen. Als gevolg daarvan kunnen de Palestijnen geen van de regionale staten of imperialistische mogendheden zien als betrouwbare bondgenoten in hun bevrijdingsstrijd.

Maar de Palestijnen kunnen in hun eentje de bevrijding niet winnen. Israël is een grote economische en militaire macht die veel sterker is dan de Palestijnen. En in tegenstelling tot Zuid-Afrika onder apartheid, dat afhankelijk was van zwarte arbeiders en hen uitbuitte, is Israël niet afhankelijk van Palestijnse arbeid. Het speelt geen sleutelrol in zijn kapitaalaccumulatieproces.

Sterker nog, het historische doel van Israël als koloniaal project is om Palestijnse arbeid te vervangen door Joodse arbeid. Daarom hebben Palestijnse arbeiders op eigen kracht niet de macht om het apartheidsregime omver te werpen, zoals zwarte Zuid-Afrikaanse arbeiders dat deden.

Wie zijn dan de natuurlijke, betrouwbare bondgenoten van de Palestijnen in de strijd voor bevrijding? De volksklasse in de regio. Gezien hun eigen geschiedenis van koloniale overheersing identificeert de overgrote meerderheid zich met de strijd van de Palestijnen. Bovendien heeft de etnische zuivering van Palestina door Israël de mensen als vluchtelingen naar alle omliggende staten gedreven, waardoor de banden tussen de mensen in de regio zijn verstevigd. Tot slot verzetten de massa’s in het Midden-Oosten en Noord-Afrika zich tegen de samenwerking met of het schijnverzet tegen Israël van hun eigen regeringen.

De volksklassen in de regio worden dus collectief onderdrukt door het staatssysteem, hun belangen om dat systeem uit te dagen zijn met elkaar verbonden en ze bezitten een enorme macht om hun economieën stil te leggen, inclusief de olie-industrie – een macht die de hele wereldeconomie kan ondermijnen. Die feiten bevorderen regionale solidariteit van onderop, gebaseerd op een enorme macht die in staat is om collectieve bevrijding te winnen van het regionale staatssysteem. Dat is meer dan alleen potentieel.

In de afgelopen eeuw is de dialectische relatie tussen Palestijnse bevrijding en regionale volksstrijd herhaaldelijk aangetoond. Als Palestijnen zich verzetten, heeft hun strijd regionale strijd uitgelokt en die strijd heeft zich weer gevoed in de strijd in bezet Palestina. De kracht en het potentieel van die regionale strategie zijn bij verschillende gelegenheden aangetoond. In de jaren zestig en zeventig leidde de Palestijnse beweging tot een opleving van de klassenstrijd in de hele regio. In 2000 luidde de Tweede Intifada een nieuw tijdperk van verzet in en inspireerde een golf van organisatie die uiteindelijk explodeerde in 2011 met revoluties van Tunesië tot Egypte en Syrië.

Evenzo organiseerden tienduizenden vluchtelingen, geïnspireerd door die revolutionaire opstanden, een paar maanden later in mei 2011 protesten op het dichtstbijzijnde punt bij de grenzen van Palestina in Libanon, Syrië, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook om de Nakba te herdenken en het recht op terugkeer te eisen. Honderden Palestijnse vluchtelingen die in Syrië woonden, slaagden erin door de barrières van de Golanhoogte te dringen en Palestina binnen te gaan, zwaaiend met Palestijnse vlaggen en de sleutels van hun Palestijnse huizen. Het was voorspelbaar dat Israëlische troepen die demonstraties met geweld onderdrukten, waarbij tien doden vielen bij de Syrische grens, nog eens tien in Zuid-Libanon en één in Gaza.

In de zomer van 2019 hielden de Palestijnen in Libanon wekenlang massale protesten in vluchtelingenkampen tegen het besluit van het ministerie van Arbeid om hen als buitenlanders te behandelen, een daad die ze zagen als een vorm van discriminatie en racisme tegen hen. Hun verzet hielp de bredere Libanese opstand van oktober 2019 te inspireren.

Die geschiedenis toont het potentieel voor een regionale revolutionaire strategie. De verenigde opstand heeft de kracht om het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika te transformeren, regimes omver te werpen, imperialistische machten te verdrijven en een einde te maken aan de steun van die beide krachten voor de staat Israël, waardoor die in het proces wordt verzwakt. De extreemrechtse minister Avigdor Lieberman erkende het gevaar van regionale volksopstanden voor Israël in 2011 toen hij zei dat de Egyptische revolutie die Hosni Mubarak ten val bracht en de deur opende naar een periode van democratische opening in het land, een grotere bedreiging voor Israël was dan Iran.

Die regionale revolutionaire strategie moet in de kapitalistische metropolen worden aangevuld met solidariteit van de arbeidersklasse tegen hun imperialistische heersers. Dat is geen daad van liefdadigheid, maar in het belang van die klassen, wier belastinggeld wordt weggesluisd van broodnodige sociale en economische programma’s naar steun voor Israël en wier levens routinematig worden verspild in imperiale oorlogen en interventies om Israël en de bestaande staatsorde in de regio te steunen.

Maar zo’n solidariteit gaat niet vanzelf; links moet die politiek cultiveren en er in de praktijk voor ageren. De belangrijkste taak van links is om vakbonden, progressieve groepen en bewegingen over te halen om de campagne voor Boycot Desinvesteren en Sancties tegen Israël te steunen om een einde te maken aan de imperialistische politieke, economische en militaire steun aan Tel Aviv. Dergelijke anti-imperialistische strijd en solidariteit kunnen de imperialistische machten, Israël en alle andere despotische regimes in de regio verzwakken en ruimte maken voor massaal volksverzet van onderop.

Die regionale en internationale revolutionaire strategie is het alternatief voor het vertrouwen op de zogenaamde ‘As van Verzet’ van Iran. Die heeft gefaald. Nu moeten we een echte as van verzet van onderop opbouwen: de volksklassen in Palestina en de regio, gesteund door anti-imperialistische solidariteit in alle grootmachten, geworteld in de volksstrijd van werkende mensen tegen hun heersende klassen. Alleen met zo’n strategie kunnen we de tegenmacht opbouwen om Palestina, de regio en onze wereld te bevrijden uit de klauwen van het imperialisme en het wereldwijde kapitalistische systeem erachter.


Dit artikel stond op Tempest. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.